Leesfragmenten Zonder jou

“Een lugubere, angstaanjagende, fascinerende en rauwe roman. Superlatieven schieten tekort.” -NBD Biblion

“Wat een beklemmend boek, met goed uitgewerkte personages. Het vloog me naar de strot.” -Kim Moelands

“Ik durf te zeggen dat dit het beste boek is dat ik ooit heb gelezen. Serieus briljant.” -Chinouk Thijssen

Lezers en recensenten zijn lovend over Zonder jou van Chantal en Priscilla van Gastel. Lees gratis deze acht fragmenten en maak zelf kennis met Oscar en Valerie en hun gewetenloze twaalfjarige zoon Mick.

Fragment 1

Als ze eindelijk de klas in gaan, moet Mick apart gaan zitten, helemaal vooraan bij het bureau van de juf. Natuurlijk vindt iedereen weer dat het zijn schuld is, niemand ziet dat hij steeds wordt uitgelokt. Het is niet zijn schuld! Maar nooit gelooft iemand hem. Het kan niemand wat schelen. De juf begint met aardrijkskunde. Mick is zo kwaad dat hij helemaal niet kan opletten, dus hij zit maar wat met zijn potlood op zijn werkbankje te krassen. De juf kijkt hem streng aan. Mick smijt het potlood neer, waarna de juf naar Zoe loopt en haar vraagt om wat stencils uit te delen. Dat stomme kind! Kijk hoe blij ze is dat de juf haar gekozen heeft. Ze loopt heel dicht langs hem heen als ze een stencil op tafel legt. Weer ziet hij die lange vlecht van haar op haar rug heen en weer zwiepen. Die lelijke, kinderachtige vlecht. Hij háát die vlecht.

Fragment 2

‘Je weet dat het niet anders kan, Valerie.’ De stem van Oscar haalt me uit mijn trance. Ik was bijna vergeten dat hij hier nog is, tegenover me aan tafel. Nu nog wel. Ik knipper het waas voor mijn ogen weg en zie tot mijn afschuw een traan op het papier vallen. Ik schraap mijn keel en probeer me te herpakken. Dit ga ik níét doen. Niet weer. Ik heb gehuild. Op hem ingepraat. Geprobeerd hem van gedachten te laten veranderen. Ik heb hem zo goed als gesmeekt om te blijven. En als ik dacht dat het zou uitmaken, zou ik het allemaal nog eens doen. Maar ik weet beter. Ik wil niet dat hij nog één traan van me te zien krijgt. Ik zou willen dat ik deze terug kon nemen. Die laatste, zielige, zwakke traan. Nou ja, te laat nu. Hij mag hem hebben. Maar er volgen geen nieuwe meer. Ik zou met mijn woede alles om me heen in as kunnen veranderen. De papieren die voor me liggen, de tafel waaraan we zitten en die we nog maar een jaar geleden samen uitgezocht hebben, het vloerkleed onder onze voeten en de grote hoekbank aan de andere kant van de kamer. Elke steen waaruit ons huis bestaat, elk meubelstuk waarmee we het ingericht hebben, elk element van ons leven samen… Ik zou het allemaal kunnen vernietigen nu. En voor het eerst begrijp ik enigszins hoe Mick zich soms moet voelen. Ik wil me niet indenken wat dit met hem zal doen.

Fragment 3

Mick vindt het fijn om ’s nachts, als iedereen slaapt, wakker te zijn. Overdag houden ze hem nauwlettend in de gaten en kan hij niets doen zonder op de vingers gekeken te worden. Maar ’s nachts is dat anders. Als iedereen slaapt, kan hij doen wat hij wil. Soms sloop hij naar de kamer van zijn ouders en keek van een afstandje naar hen. Meestal merkten ze daar helemaal niets van. Hij ging elke nacht een stapje verder. Hij sloop steeds iets dichter naar de bedrand. Het gaf hem een gevoel van macht. Het gevoel dat hij alles kan doen wat hij wil, zonder dat er iemand is die hem vertelt dat het niet mag. Mick genoot van dat gevoel. Nu zijn vader weg is en zijn moeder helemaal alleen in dat grote bed ligt, wordt het pas echt leuk. Hij heeft zijn moeder altijd als de zwakste beschouwd.

Fragment 4

Onze tijd met Mick is als een soort dans geweest waarbij we afwisselend de leiding namen; de ene keer deed Oscar het, vervolgens nam ik het weer van hem over. Het lukte niet altijd om sterk te zijn, en het was fijn om dan op iemand te kunnen steunen. Ik op Oscar. Hij soms op mij. Als een van ons het niet meer zag zitten, was de ander er om vol vertrouwen te benadrukken dat we echt wel een oplossing zouden vinden. Ergens in het afgelopen jaar is dat veranderd. Plotseling stopte de muziek, was de dans voorbij en stonden we lijnrecht tegenover en mijlenver uit elkaar zonder te weten hoe we de afstand weer konden overbruggen. Oscar wilde per se de ene kant op. En ik weigerde te volgen. En dat was het dan.

Fragment 5

Mick zit boven aan de trap te luisteren naar wat zijn moeder beneden aan het doen is. Hij hoort dat ze aan het bellen is met oma. Dat komt hem goed uit. Altijd als ze met oma bezig is, let ze wat minder goed op hem. En dan kan hij tenminste eens iets leuks doen. Zijn moeder wil dat hij altijd maar saai is, net zoals zij. Maar hij lijkt helemaal niet op zijn moeder. Ook niet op zijn vader, trouwens. Al helemaal niet op hem. Mick weet dat hij speciaal is. En ooit zal iedereen dat weten. De hele straat, de hele school… het hele land. Ooit zal hij iets bijzonders doen en zal iedereen hem kennen en over hem praten. Alleen weet hij nog niet precies wat.

 

Fragment 6

Het lijkt extra donker vannacht. Er valt geen flintertje maanlicht door het raam, ook al heb ik de dikke gordijnen op een kier gezet. De duisternis beklemt me nu ik hier alleen ben. Wat was dat geluid? Gekraak van de vloerplanken in de kamer van Mick? Is hij eruit gekomen? Ik lig helemaal stil, met mijn oren gespitst. De lucht om me heen voelt extra zwaar. De zwartheid om me heen lijkt me te willen opslokken. Ik hoor nu helemaal niets meer, maar voel het haast dichterbij komen. Strakker om me heen. Plots weet ik zeker dat er iets op me loert in deze kamer. Dat het dichterbij komt en zijn hand naar me uitsteekt. Zachtjes laat ik mijn benen uit bed glijden. Is Mick wakker? Hoor ik hem in de kamer hiernaast? Mijn voeten landen op het parket naast het bed, en ik voel dat de vloer vochtig is. ‘Hè?’ fluister ik nauwelijks hoorbaar. Er is hier iets gebeurd, maar wat?

Fragment 7

Mick had een heel cool nieuwsbericht over een burenruzie gevonden. Een van de mannen had de ander met een pikhouweel de hersens willen inslaan. Mick had het onthouden. Je kon nooit weten. Hij zou zijn vader nu graag de hersens willen inslaan. Maar hij kon hem nog net niet aan. Misschien moest hij dan maar bij zijn moeder beginnen. Hij was steeds vaker met haar alleen, dus het was een kwestie van opletten en dan zijn kans grijpen. Maar dan moest hij eerst nog aan een pikhouweel zien te komen. Was hij maar ietsje ouder. Dan zou het allemaal zo moeilijk niet meer zijn. Hij vond het maar niks om een kind te zijn. Het leek wel of zijn ouders hem altijd een stapje voor waren. Ze wisten steeds zijn plannen te dwarsbomen. Later, als hij groot en sterk was, zouden ze allemaal wel anders piepen. Maar hij wist niet hoe hij het nog zolang vol moest houden. Hij moest nú iets doen om ze te laten zien dat ze hem er niet onder konden krijgen.

Fragment 8

Ik slik. En dan nog eens. Maar ik krijg het gevoel niet weggeslikt. Ik had me wel dood kunnen vallen. Met mijn goede hand zoek ik steun op de onderste traptrede, waar ik me op neer laat zakken. Geluidloos herhaal ik steeds dezelfde woorden voor mezelf. Hij kán dit niet zo bedoeld hebben. Hij deed dit niet bewust. Het was maar een grap voor hem. Maar ik weet niet of ik het nog kan geloven. Je moet, schreeuw ik inwendig tegen mezelf. Je moet in hem geloven, want je bent zijn moeder. Als jij het niet meer doet…

Lees verder in Zonder jou, de huiveringwekkende domestic noir thriller van de zussen Chantal en Priscilla van Gastel.
© 2016 Chantal van Gastel en Priscilla van Gastel

 

 

 

Laat wat van je horen

*