Kill your darlings

De laatste letter van “Zoek het maar uit” zette ik de dag na het boekenbal op papier. Ik hoefde alleen het afsluitende hoofdstuk nog te schrijven en dat zat ten tijde van het bal al in grote lijnen in mijn hoofd. Terwijl ik met Ester van The House of Books de dansvloer onveilig maakte, dacht ik aan de laatste regels van mijn boek. Eenmaal thuis, na een korte nacht in mijn Amsterdamse penthouse, zette ik de vermoeidheid van me af en voltooide ik mijn vierde boek.
Wie denkt dat daarmee de klus wel geklaard was, zit er flink naast.
Vorige zomer begon ik aan “Zoek het maar uit”. Driekwart jaar van doorwaakte nachten waarin ik aan mijn boek werkte tot de zon weer opkwam, weekenden achtereen die ik in afzondering doorbracht terwijl vriendinnen uitgingen, op het terras hingen en lunchafspraken en shopmiddagen planden zonder mij.
Wat een opoffering, zul je misschien denken, maar toch voelt dat niet zo. Het werken aan mijn boek in deze fase is heerlijk. Ik bedenk nieuwe personages. Ze komen onder mijn handen en voor mijn ogen tot leven. Ze leiden me door hun wereld en het enige dat ik hoef te doen, is opschrijven wat ze me laten zien. Het is een flow die ik niet kan en wil stopzetten.
En dan is het af. Altijd een dubbel moment. In eerste instantie ben ik blij. Er valt een last van me af, want het is me gelukt om het verhaal van die personages, die me zo dierbaar geworden zijn, te vertellen. Tegelijkertijd mis ik ze. Dat gebeurt al op het moment dat ik de laatste regels typ en me realiseer dat ik niets nieuws meer zal bedenken voor deze karakters. Ze hebben hilarische, romantische en dramatische momenten beleefd en ik ben klaar met hen. Klaar om het met mijn lezers te delen.
Tussen dat moment, dat ik mijn boek kan overdragen aan het publiek en het voltooien van de verhaallijn zit echter nog een fase. Die fase heet kill your darlings en dat is iets wat de meeste auteurs haten, maar waar we ook niet zonder kunnen.
Tijdens de flow die ik zojuist beschreef, wordt er zoveel bedacht, zoveel geschreven, en het is me allemaal even lief. Elke grap die mijn personages maken, elke veelbetekenende blik die tussen hen gewisseld wordt, elke scène, elk dialoog, elk hoofdstuk dat met zoveel inzet en liefde geschreven is.
Toch blijkt de omvang van die liefde en inzet niet zozeer uit het werk wat eraan voorafgegaan is. Het is juist de tijd die je bereid bent er daarna nog in te stoppen, om te perfectioneren wat je geschapen hebt, die aangeeft hoe groot je toewijding aan je werk is.
Kill your darlings: hoe geweldig je vondsten ook zijn. Soms blijken ze op zichzelf sterk, maar komen ze de grote lijn van je boek niet ten goede. De lezer kan maar zoveel humor, romantiek en drama verwerken, dus moet je weten te doseren.
In “Zoek het maar uit” met drie verhaallijnen in één boek, vond ik dat moeilijker dan bij mijn voorgaande boeken. Er was zoveel dat ik wilde vertellen en laten zien, dat ik iets teveel van alles deed.
Een bekend principe bij schrijven is Show, don’t tell. Je moet de lezer laten ervaren, wat je hen mee wil geven en het niet voorkauwen. Het laatste dat je moet doen is de lezer onderschatten en met uitleg komen die niet nodig is. De acties van je personages behoren voor zich te spreken. Het is een principe waar ik groot voorstander van ben.
Maar ergens tijdens het schrijven van “Zoek het maar uit” had ik onbewust het principe aangepast. Het werd Show… show it again… and again… and tell. Iets teveel van het goede dus, met als resultaat een boek van bijna twee keer de omvang van “Geknipt voor jou”.
Ik moest dus ergens gaan snoeien, want herhaling is nooit goed. Probleem was alleen dat elk hoofdstuk op zich prima in elkaar zat, met de juiste dosering van mijn drie kernelementen: humor, romantiek en drama. Ik moest dus mijn darlings killen in de meest letterlijke zin van het woord. Passages schrappen die op zich helemaal goed waren, maar die het verhaal niet vooruitbrachten.
Stel dat je drie scènes hebt die dezelfde betekenis voor het verhaal hebben, dan zijn ze misschien allemaal even leuk om te lezen. Maar in het grote geheel van het boek kan het zo uitpakken dat als je er twee schrapt, die ene die overblijft vele malen sterker overkomt. Dat moest ik dus gaan doen. Fijn klusje.
Hoewel het altijd een lastige fase is, denk ik niet dat ik het eerder zo moeilijk heb gehad dan de afgelopen weken, terwijl ik zwoegde om “Zoek het maar uit” tot zijn recht te laten komen, zoals de bedoeling was. Ik deed niets anders meer dan schrijven, werken op kantoor en af en toe een paar uur slapen. Resultaat na 6 weken was een migraineaanval van drie dagen aaneengesloten, waar ik de nasleep nog een hele week van voelde. Maar uiteindelijk was het toch zover. Ik had mijn struikelblokken overwonnen. Soms door met pijn in mijn hart gedeelten te schrappen, soms door de timing te veranderen en gebeurtenissen te verplaatsen, soms door passages opnieuw te schrijven.
Op het resultaat ben ik erg trots. “Zoek het maar uit” is in sommige opzichten mijn meest persoonlijke boek. Die drie verhaallijnen, waarvan ik in het begin geen idee had of het me wel zou lukken ze met elkaar te combineren, vullen elkaar mooier aan dan ik had durven hopen.
 
Op het moment dat ik dit schrijf, is de definitieve versie van “Zoek het maar uit” in Italië, waar het wordt onderworpen aan een laatste redactieronde.  Daarna mag ik het nog één laatste keer helemaal van A tot Z uitpluizen. Sommige correcties zal ik boos verwerpen (“Hij snapt er ook niks van!”). Bij andere zal ik me afvragen hoe ik het over het hoofd kon zien (“Stomme oen die ik ben!”). En dan is er nog een aantal waarbij ik pas na lang beraad weet wat ik ermee moet doen (“Wijziging accepteren, wijziging negeren, accepteren, negeren, uhm…?”).
En dan, uiteindelijk, zal het moment komen waar ik het allemaal voor doe. Dan houd ik mijn vierde boek in handen. Zoek het maar uit.